Hoe ontdek je jouw kleurtype stap voor stap
De juiste kleuren kunnen je huid laten stralen, je ogen laten oplichten en ervoor zorgen dat een simpele outfit ineens luxe oogt. Het geheim zit in het kennen van je kleurtype. Zodra je weet welke tinten jou het mooist staan, wordt shoppen makkelijker en maak je minder miskopen.
Ondertoon van je huid herkennen
De basis van kleurtypes is de ondertoon van je huid. Die kan grofweg koel, warm of neutraal zijn. Kijk eerst naar de adertjes aan de binnenkant van je pols in natuurlijk daglicht. Lijken ze meer blauw of paars, dan ben je meestal koel. Lijken ze groener, dan neig je naar warm. Kun je het lastig bepalen, dan is je ondertoon vaak neutraal. Let ook op hoe je huid eruitziet naast goud en zilver. Staat zilver frisser, dan ben je meestal koel. Staat goud zachter en levendiger, dan ben je meestal warm.
Oog- en haarkleur als extra aanwijzing
Je ogen en haar geven aanvullende hints. Koude kleurtypes hebben vaak asblond, donkerbruin of bijna zwart haar zonder goudgloed en ogen die helder blauw, grijs, koel groen of diep bruin zijn. Warme types hebben vaker goudblond, honingblond, koper, rood of bruin haar met een warme gloed en ogen in hazelnoot, warm groen, amber of goudbruin. Zijn je kleuren moeilijk te plaatsen, dan hoor je vaak bij een neutraal of gemengd type, waardoor je meerdere kleurpaletten goed kunt hebben.
De vier seizoentypes en hun kleuren
Veel kleuradviseurs werken met de vier seizoenen: lente, zomer, herfst en winter. Ieder seizoen heeft een eigen sfeer van kleuren die jouw natuurlijke uitstraling versterken of juist verzwakken. Door te kijken naar helderheid en warmte van kleuren ontdek je welke richting bij jou past.
Lentetype en zomertype
Het lentetype heeft een warme, lichte en frisse uitstraling. Kleuren die passen zijn warme pastels en heldere tinten zoals koraal, zalm, perzik, warm turquoise, lichtgroen en crème in plaats van spierwit. Het zomertype is koel en zacht. Jij straalt in gedempte, koele tinten zoals poederroze, lavendel, zachtblauw, grijsblauw, framboos, oudroze en gebroken wit. Te felle of harde kleuren kunnen je bij dit type snel overheersen.
Herfsttype en wintertype
Het herfsttype is warm, diep en aards. Rijke tinten zoals roest, chocoladebruin, olijfgroen, mosterdgeel, terracotta en warm petrol staan je prachtig. Ook offwhite en crème doen het beter dan helder wit. Het wintertype is koel, diep en krachtig. Jij kunt dramatische contrasten hebben, zoals donkere haren en lichte huid. Heldere, koele kleuren zoals kobaltblauw, smaragdgroen, fuchsia, zuiver wit en diep zwart laten je stralen. Gedempte of te zachte kleuren maken je uitstraling al snel flets.
Zo gebruik je je kleurtype in je outfits
Als je een idee hebt van je kleurtype, kun je gerichter je kledingkast opbouwen. Je hoeft niet alles in je kast te vervangen, maar begin bij de items die dicht bij je gezicht zitten, zoals tops, blouses, truien, sjaals en jassen. Hier zie je kleur het sterkst terug in je uitstraling.
Praktische tips voor in je kledingkast
Leg in daglicht verschillende kledingstukken naast je gezicht en kijk naar je huid, ogen en wallen. Kloppen je ogen meer, lijkt je huid egaler en frisser en vallen oneffenheden minder op, dan is dat een goede kleur. Word je huid grauw of vallen rimpeltjes en kringen extra op, dan is de kleur minder geschikt. Werk toe naar een basisgarderobe met vooral jouw beste kleuren en vul die aan met een paar neutrale tinten die overal bij passen. Zo creëer je eenvoudig outfits die je natuurlijke schoonheid benadrukken en voelt elke look meer als jij.